Blogs

Vertrouwd of effectief?

Wat gaat voor bij lobby? Comfort of strategie? Deze vraag kwam in mij op toen ik las dat de Alliantie Rookvrij Nederland niet meer wil samenwerken met de longartsen Pauline Dekker en Wanda de Kanter. De twee zouden te activistisch zijn.

Pikant nieuws. Zeker omdat de initiatiefnemers van de Alliantie, de Hartstichting, KWF Kankerbestrijding en het Longfonds, alle gerenommeerde organisaties zijn. Maar vooral omdat ze bondgenoten publiekelijk afkeuren op basis van hun middelen. Kennelijk staat voor de Alliantie voorop om via samenwerking het doel van een rookvrij Nederland te bereiken. Dat blijkt ook uit de waslijst van aangesloten organisaties, waaronder veel gemeenten, zorgverzekeraars, onderwijsinstellingen en zelfs Scouting Nederland.

Het nieuws was een schok voor veel Nederlanders die tegen roken zijn. De uit de Alliantie gezette longartsen ontvingen ontzettend veel steunbetuigingen. Onbegrip viel de Alliantie ten deel.

Vanuit lobby geredeneerd is nu de vraag: hoe strategisch was deze zet van de Alliantie? Los van eventuele imagoschade. Hebben zij tevoren een goede afweging gemaakt tussen activisme en samenwerken? Of was er vooral sprake van een voorkeurspositie? Omdat clubs als de Hartstichting, KWF en het Longfonds nu eenmaal opereren vanuit de samenwerkingsgedachte? Of hadden ze hier wel degelijk een goede analyse gemaakt, en konden ze geen meters maken omdat ze vooral druk waren met intern gedoe, veroorzaakt door de activistische longartsen? We zullen daar niet snel achterkomen, maar laten we hopen op het laatste.

De grootste fout die je als lobbyende organisatie kunt maken is dat je methoden kiest waar je je het prettigst bij voelt, zonder te kijken naar waar je het meeste effect mee sorteert. De kunst van een ware lobby is: een goede analyse maken van wat een beslisser in beweging brengt en daar je methode op aanpassen. Soms activistisch, soms niet. Want goede middelen zijn de middelen die het doel binnen bereik brengen. En dat zijn niet altijd de middelen waar je je het meest comfortabel bij voelt.

———————————————————————————————————

Op de verjaardag van mijn moeder

“Ik dacht dat je bij GroenLinks werkte. Niet mijn partij, maar toch beter dan lobby”.
Lekker begin van een babbeltje op een feestje.

“En wat vind je dan van de wapenlobby?” Nog zo eentje. Het is net of ik een moslima ben die zich voor elke terreuraanslag moet verantwoorden. Waanzin.

Mijn antwoord?
“Ik word niet vrolijk van hun doel, en helaas zijn hun methoden ook niet al te best. Overigens word ik ook niet altijd blij van de autolobby, een lobby waar naar ik vermoed uw partij erg naar luistert”.

Nee, inderdaad, dat zeg ik niet. Het is een feestje, en bovendien een gast van mijn moeder. Dus wat zeg ik wel?

“Zoals bij elk beroep kun je het inzetten voor goede en slechte doelen. En elk doel kun je proberen te bereiken op een wel of niet ethische manier. Lobby is daar niet anders in”.